Dwangstoornissen

Geschreven door
Categorie: Kennisbank
Gepubliceerd: 16 juni 2014
Hits: 8384

Controleren of je de deur echt wel op slot hebt gedaan, de kopjes in de kast netjes zetten, je kleren in kast op keurige stapeltjes, bij proefwerken altijd schrijven met de zelfde pen? Geen mens die daar gek van op kijkt. Iedereen heeft wel bepaalde rituelen of gewoonten. Omdat het prettig voelt, het je rustig maakt of helpt je zenuwen onder controle te houden.

Maar als je bepaalde rituelen of gedachten van je zelf moet doen of hebben omdat dit de enige manier is om angst en onrust weg te nemen, dan is er sprake van dwang. Er kan dan sprake zijn van een dwangstoornis. Helemaal als je ook nog eens denkt dat er iets vreselijks zal gebeuren als je het niet doet.

 

Hoe voelt het?
Er is een verschil tussen ‘normale’ dwangmatige eigenschappen zoals het controleren of de deur wel op slot is of het altijd maken van je proefwerken met dezelfde pen en ‘ziekelijke’ dwang als je altijd tien keer controleert of de deur wel op slot is of als je echt blokkeert bij je proefwerk als je je favoriete pen thuis hebt laten liggen.

Handelingen die je van je zelf moet doen of gedachten die je van je zelf moet hebben noem je dwanghandelingen en dwanggedachten. Vaak kosten deze zo veel tijd dat het heel lastig kan zijn om aan het dagelijks leven deel te nemen.

Stel bijvoorbeeld dat je van je zelf je handen moet wassen als je iets roods hebt gezien of aangeraakt. Want als je dat niet doet gaat er misschien wel iets vreselijks gebeuren. Kan je dan de straat nog wel op? Of controleren of je het licht in het toilet wel echt hebt uitgedaan en dat niet één maar wel 10 keer. Dat kost veel tijd waardoor je weer te laat op je afspraak komt. Of je moet tot 100 tellen en weer terug voordat je op je fiets stapt want als je dat niet doet wordt je straks aangereden. Steeds vaker hoor je de reactie van degene waarmee je hebt afgesproken: ‘Hé joh, waar blijf je nou?’

Mensen die last hebben van extreme dwang zijn hier zelf helemaal niet blij mee. Ze hebben heel goed door dat het niet klopt wat ze doen en denken. Ze vinden hun eigen gedrag en gedachten zelf storend. De dwang veroorzaakt een gevoel van angst en onrust. Wat het lastig maakt is dat het negeren van dwanggedachten of het niet doen van dwanghandelingen meestal niet lukt en ook niet helpt. Dat roept nog meer onrustgevoelens op en daarom word je eigenlijk gedwongen om de handeling of gedachte uit te voeren. En zo ben je weer terug bij af.

Uit schaamte proberen mensen vaak voor de omgeving te verbergen dat zij last hebben van extreme dwang. Zo proberen zij vaak de situatie te vermijden waarin dwanggedachten en dwanghandelingen kunnen optreden. Met alle gevolgen van dien. Want stel je zegt een afspraak af omdat je te laat komt vanwege het continu controleren of het gas wel uit staat. Of je kunt niet meer naar buiten omdat je bang bent daar iets roods te zien en je kunt dan je handen niet wassen. Het zal duidelijk zijn dat dit gevolgen heeft voor je sociale leven. Dat kan je nog weer angstiger en somber maken. Mensen met dwang hebben ook vaak lichamelijke klachten als hoofdpijn, maagklachten en zijn vaak erg moe.

Welke soorten zijn er?
Sommige gedachten en handelingen komen veel voor. Ze zijn in te delen in een aantal groepen. Mensen met een dwangstoornis hebben vaak last van verschillende vormen tegelijk

Controledwang
Als je controle dwang hebt moet je van je zelf steeds weer controleren of bijvoorbeeld de deur wel op slot is, het licht uit is of dat de kopjes echt wel op kleur gesorteerd in de kast staan. Of je moet van je zelf vijf keer het raam open en dicht doen voor je ‘m sluit. En niet een keer, maar vele malen op een dag.

Was-, schoonmaak- of poetsdwang
Mensen met deze dwang zijn extreem bang voor vuil en besmetting. Dat kan zijn voor dingen die voor anderen ook duidelijk zichtbaar zijn zoals vlekken op kleding of een koffievlek op tafel. Maar vaker zijn deze mensen bang voor vuil dat niet zichtbaar is, bijvoorbeeld bacteriën of vuiltjes zo klein dat ze alleen onder een microscoop zichtbaar zijn. En omdat het niet zichtbaar is, weet je na het schoonmaken ook niet of het vuil werkelijk weg is. Deze mensen wassen daarom bijvoorbeeld heel, heel erg vaak hun handen, proberen wc’s of kranen niet aan te raken en geven niet graag een hand of zoen. Anderen gaan dwangmatig aan het schoonmaken. Keer op keer de ramen lappen, de trap stofzuigen enz.

Dwangmatige perfectie of netheid
Mensen die hier last van hebben vragen zich de hele tijd af of ze de dingen die ze doen wel goed gedaan hebben. Ze zijn bijvoorbeeld de hele tijd bezig de kleding in de kast op rechte stapeltjes te leggen, de cd’s opnieuw te ordenen of hun haren te kammen tot het echt helemaal perfect zit. Niet echt bevorderlijk voor het tempo als je ‘s morgens op tijd de deur uit moet voor je werk of school.

Dwanggedachten over geweld
Iemand met deze gedachten is bang dat hij iemand iets aan zal doen. Dat hij bijvoorbeeld iemand gaat slaan, voor de trein gaat duwen of met een mes zal steken. In gedachten ziet hij dit gebeuren en roept het veel angst op dat hij het ook daadwerkelijk zal doen. Om de angst te stoppen ontwikkelen deze mensen vaak rituelen of andere dwanggedachten. Ook kunnen mensen situaties gaan vermijden. Reizen niet meer met de trein of ruimen alle messen op op een plek waar je niet meer zelf bij kunt.

 

Waar komt het door?
De meeste psychische stoornissen zijn er al vanaf je geboorte. Ze zitten in je genen. Ze zijn in aanleg aanwezig. Je kunt het zien als een tv die op stand-by staat. Pas als het knopje ‘aan’ wordt ingedrukt, gebeurt er iets. In dit geval in je lijf en in je hoofd. Dat knopje kan op verschillende momenten en op de meest uiteenlopende manieren worden ingedrukt. Als je wordt geboren met autisme of ADHD, dan zijn de symptomen vaak al in de kindertijd zichtbaar.

Andere stoornissen, zoals schizofrenie of borderline, gaan ‘aan’ als je wat ouder bent. Maar dat hoeft niet altijd. Bij sommigen blijft de stoornis hun hele leven op stand-by staan. Als jij bijvoorbeeld een geweldige jeugd hebt, met superouders en andere mensen die je vertrouwt en bij wie je je veilig voelt, het gaat goed op school en er zijn genoeg leuke dingen die je doet, dan krijg je misschien geen last van die stoornis. Maar als je bijvoorbeeld veel nare dingen meemaakt in je jeugd óf je hebt een wat somberder karakter, dan kan het knopje worden ingedrukt. Maar dit is niet voor twee mensen hetzelfde. Ook al word je met aanleg voor dezelfde stoornis geboren, heb je precies dezelfde jeugd en hetzelfde karakter, dan nog kan het zijn dat die ander last van de stoornis krijgt en jij niet. Niemand weet precies hoe die stoornissen ontstaan. Daarom wordt er veel onderzoek naar gedaan.

Het enige wat wel zeker is, is dat het gaat om een samenspel van biologische, sociale en psychologische factoren. Misschien is er in je familie wel iemand die hetzelfde heeft (biologische factor). Dwangstoornissen komen bijvoorbeeld in bepaalde families vaker voor. Het kan ook komen doordat je opgroeit in een omgeving met omstandigheden die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een stoornis (sociale factor), je ouders maken bijvoorbeeld heel veel ruzie of er is weinig toezicht. En dan is er nog het deel dat zich in je eigen persoonlijkheid of karakter afspeelt (psychologische factor). Bijvoorbeeld als het lastig vindt om met emoties of spanningen om te gaan. Er zijn ook factoren die ervoor kunnen zorgen dat het knopje niet aan gaat. Bijvoorbeeld dat je mensen in je buurt hebt waar je terecht kan en bij wie je je veilig voelt.

Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer 2 % van de Nederlandse bevolking heeft last van dwangstoornissen. De stoornis komt bij mannen en vrouwen even vaak voor. Wel is er een verschil in soort dwang. Vrouwen hebben bijvoorbeeld vaker last van was-, schoonmaak- en poetsdwang. Mannen hebben meer last van controledwang.
De stoornis ontstaat vaak al op jonge leeftijd, soms al op de basisschool.

Wat is je diagnose?
Om er precies achter te komen waar je gedrag en gevoelens mee te maken hebben, moet je onderzocht worden. Als je een bot breekt, is dat simpel: er wordt een röntgenfoto gemaakt, het bot wordt weer aan elkaar gezet, je krijgt er gips omheen en na een aantal weken is het genezen. Met psychische stoornissen is het vaak een stuk moeilijker om erachter te komen wat je precies hebt. Daarom kan de huisarts dat niet doen. Die moet je doorverwijzen naar een psychiater of psycholoog. Als je onder de zestien bent, moet je altijd samen met je ouders of iemand die officieel het gezag over je heeft (bijvoorbeeld een voogd). Zo staat het in de wet. Boven de zestien hoeft dat niet.

Wel is het goed te weten dat alle medici, en dus ook psychologen en psychiaters, een geheimhoudingsplicht hebben. Dit betekent dat ze alleen informatie over jou mogen geven aan de mensen die je behandelen. Alleen met jouw toestemming en als je onder de zestien bent met de goedkeuring van je ouders, mogen ze het aan anderen (bijvoorbeeld je docent of sportleraar) vertellen.

Alleen een psychiater of een psycholoog mag een diagnose stellen over een psychiatrische stoornis. Die psychiater of psycholoog voert een aantal gesprekken met jou en vaak ook met belangrijke personen uit je omgeving zoals je ouders of leerkracht. Hij vraagt natuurlijk naar je klachten, maar wil ook weten hoe het op school en thuis gaat. Ook wil hij erachter komen hoe je omgaat met gebeurtenissen en of er iets is gebeurd waardoor je klachten zouden kunnen zijn ontstaan. Hij zal proberen te begrijpen op wat voor manier jij naar de wereld, de mensen om je heen en situaties kijkt en wat je sterke en zwakkere kanten zijn. Soms moet je ook een vragenlijst invullen. Die kan gaan over hoe je je voelt of wat je denkt, maar bijvoorbeeld ook over je eetgewoonten of waar je bang voor bent.

Daarnaast kan er ook iemand bij je op school of thuis komen kijken hoe het daar met je gaat en hoe je je gedraagt. En soms ga je ook praten met een fysiotherapeut, logopedist of dramatherapeut. Dit hangt allemaal af van waar je last van hebt of tegenaan loopt en welke vragen de psychiater of psycholoog nog heeft.

Alle informatie bij elkaar wordt gebruikt om te bepalen óf en welke stoornis je eventueel hebt. Daarvoor gebruiken psychiaters en psychologen een boek waarin per stoornis staat aan welke symptomen je moet voldoen om te kunnen zeggen dat je die stoornis hebt. Een symptoom is een klacht. Pas als je een bepaald aantal symptomen hebt, is er sprake van een stoornis. Dan kan je daarvoor behandeld worden.

De therapie kan zich ook richten op de angsten die tot de dwanggedachten en -handelingen leiden. Er kunnen ondersteunende technieken ingezet worden: ontspanningsoefeningen, assertiviteitstrainingen en technieken om te leren relativeren en gevoelens te uiten. Ook contact met lotgenoten kan veel steun bieden.

Hoe is het te behandelen?
Het is erg belangrijk dat je als jongere met een dwangstoornis behandeld wordt. Anders is het risico groot er steeds meer dwanghandelingen of dwanggedachten bij komen. Voorkom dat dwang je leven helemaal gaat bepalen. Bij heel veel mensen die behandeling krijgen verminderen of verdwijnen de dwangklachten zo dat ze er goed mee kunnen leven.

Als de psychiater of psycholoog vaststelt dat je een dwangstoornis hebt, kijkt hij samen met jou welke behandeling het beste bij je past en waar je het meest aan zult hebben. Tijdens de behandeling word je in het echt of in gedachten blootgesteld aan voorwerpen of gebeurtenissen die bij jou tot dwang en angst gevoelens leiden. Je leert hoe je het in die situaties uit kunt houden zonder gebruik te hoeven maken van dwanggedachten en/of dwanghandelingen.

Soms is het ’t beste dat je één keer per week een uurtje met je behandelaar praat. Soms is het beter om meerdere keren bij dezelfde behandelaar te komen of juist bij verschillenden. En soms kan je een tijdje opgenomen worden. Dit gebeurt alleen als je een gevaar voor jezelf of je omgeving bent, bijvoorbeeld als je jezelf hebt uitgehongerd, verwond of dat je zó agressief bent dat je iemand zou kunnen verwonden. Alleen in dit soort situaties mag er zonder jouw toestemming en/of de toestemming van je ouders of verzorgers met een behandeling worden begonnen. In alle andere gevallen mag jij altijd een behandeling weigeren of stoppen. Wel is het zo dat de hulpverleners kunnen beslissen je niet meer te behandelen als je overal nee op zegt.

Als je tussen de twaalf en zestien jaar bent, moeten zowel jij als je ouders toestemming geven voor de behandeling. Boven de zestien geef alleen jij toestemming voor de behandeling.

Als je toestemming voor de behandeling hebt gegeven, dan maken jullie afspraken die worden vastgelegd in een behandelcontract. Daarin staat precies geschreven wat jullie gaan doen, welke doelen je wilt gaan halen. Ook staat er wanneer jullie gaan kijken hoe het gaat met de behandeling en wat er eventueel anders moet.

Er zijn veel verschillende behandelvormen, vaak werkt een combinatie van verschillende behandelvormen het beste. Je kunt individuele gesprekken hebben of in een groep met andere jongeren. Er is ook dramatherapie, dan ga je bijvoorbeeld via rollenspelen en gedichten schrijven proberen je angsten of sombere gevoelens te overwinnen of je impulsieve gedrag onder controle te krijgen. Bij een sociale vaardigheidstraining leer je hoe je zonder problemen of spanningen om kan gaan met andere mensen. Ook kan je leren hoe je problemen op een sociaal aanvaardbare manier op kan lossen. Er zit vast iets tussen wat jou wat lijkt en bij jou en je problemen past!

Het belangrijkste doel van de behandeling is natuurlijk dat je klachten minder worden. Daarnaast ga je allerlei vaardigheden oefenen die belangrijk zijn voor je ontwikkeling en geestelijke gezondheid. Ook je ouders en/of school kunnen hulp aangeboden krijgen. Zij krijgen bijvoorbeeld uitleg over jouw stoornis waardoor ze je beter zullen begrijpen. Zij krijgen tips hoe zij met jou om kunnen gaan in de opvoeding. Ook krijgen ze tips hoe zij jou kunnen helpen je weer prettiger in je vel te laten voelen. En ze worden zelf ook niet vergeten. De meeste ouders hebben veel voor hun kinderen over en willen ze graag helpen. Maar zorgen voor iemand met een stoornis kan erg ingewikkeld zijn en veel van ouders vragen. En het is natuurlijk niet de bedoeling dat je ouders hierdoor instorten. Dit kan voorkomen worden als ze meer van jouw problemen begrijpen. Als ouders het gevoel hebben dat zij weten hoe zij hun kind kunnen begeleiden voelen zij zich sterker. Daarnaast leren zij hoe zij ook voor zich zelf en je eventuele broers en zussen kunnen blijven zorgen.

 

Zijn er medicijnen voor?
Medicijnen kunnen worden gebruikt om ernstige dwanggedachten sterk te verminderen. Soms zijn medicijnen de eerste stap van de behandeling. Een combinatie van medicijnen en behandeling in de vorm van gesprekken komt het meest voor.

Heb jij zelf deze stoornis?

  • Neem je eigen gevoelens en klachten serieus. Praat er met iemand over. Dit kan iemand zijn uit je directe omgeving zoals je ouders, broer of zus of een goede vriendin. En ook bijvoorbeeld je mentor of vertrouwenspersoon op school of van je werk.
  • Mocht je kenmerken van een dwangstoornis bij je zelf herkennen dan raden wij je dringend aan om hier over te praten met je huisarts. De huisarts kan samen met jou kijken of je zorgen terecht zijn.
  • Wacht niet met hulp zoeken! Of het nu is bij een vertrouwd iemand uit je eigen omgeving of bij professionele hulp. Schaam je niet om professionele hulp te zoeken, het is juist een kracht! Dwanghandelingen en dwanggedachten gaan vrijwel nooit vanzelf over. Sterker nog, ze worden vaak steeds erger. Weet dat dwangstoornissen goed te behandelen zijn.
  • Zet voor jezelf op een rijtje in welke situaties je last hebt van dwanggedachten en dwanghandelingen. Wat denk en voel je op die ogenblikken en hoeveel tijd kost de dwang? Handig om voor je zelf op een rijtje te hebben als je gaat praten met anderen!
  • Ontspanningsoefeningen kunnen je helpen om moeilijke situaties dragelijker te maken.
  • Lees meer over dwangstoornissen via de bibliotheek, internet en boekhandel.
  • Heb je nog vragen dan kun je contact met ons opnemen via e-mail of de chat. Gebruik hiervoor de knoppen rechts op deze pagina. Je krijgt altijd snel antwoord!
  • Je kunt ook je eigen verhaal vertellen hier op www.mindmasters.nl

Ken jij iemand met deze stoornis?

  • Lees meer over dwangstoornissen om de jongere beter te kunnen begrijpen.
  • Besef dat de jongere de dwanggedachten en dwanghandelingen eigenlijk helemaal niet wil. Zeg niet dat hij er mee moet stoppen. Dat kan hij vaak helemaal niet. En als het wel even lukt, zullen in negen van de tien gevallen de angstgevoelens toenemen wat weer kan leiden tot extra dwang.
  • Help de jongere bij het vinden van de juiste steun en begeleiding.
  • Zoek steun voor jezelf als het je te veel wordt. Zoek hulp bij iemand uit de directe omgeving die je vertrouwt of bij een professional.
  • Heb je nog vragen dan kun je contact met ons opnemen via WhatsApp,  e-mail of de chat. Gebruik hiervoor de knoppen rechts op deze pagina. Je krijgt altijd snel antwoord!

Meer informatie en hulp

Websites en organisaties

  • www.adfstichting.nl
    De Angst, Dwang en Fobiestichting. Hier kun je advies, informatie en steun krijgen en in contact komen met jongeren die hetzelfde hebben als jij. Tel: 0900-2008711 (35 ct/min.)
  • www.ocdvriendenkring.org
    Voor informatie, contacten en boekentips.
  • Heb je nog vragen dan kun je contact met ons opnemen via e-mail of de chat. Gebruik hiervoor de knoppen rechts op deze pagina. Je krijgt altijd snel antwoord!
    Je kunt ook je eigen verhaal vertellen hier op www.mindmasters.nl.

ZIT JIJ NU MET VRAGEN OF EEN PROBLEEM?
TIP 1 : Check jezelf met de anonieme Zelftest op Mindmasters.nl
TIP 2 : Kijk op onze contact pagina hoe je een vraag kunt stellen aan de coach van Mindmasters
TIP 3 : Plaats hieronder een reactie op dit artikel
TIP 4 : Weet dat je altijd bij je huisarts terecht kunt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *