ADHD

Geschreven door
Categorie: Kennisbank
Gepubliceerd: 16 juni 2014
Hits: 3461

Wat is ADHD?
Iedereen is wel eens hyper. Als je teveel energiedrankjes op hebt, of als er iets spannends gaat gebeuren. Of als je de hele dag hebt moeten stilzitten en je energie over hebt. Maar als je ADHD hebt, ben je constant onrustig. Vaak zo erg dat je er zelf last van hebt. En soms hebben je klasgenoten of familieleden er ook onder te lijden. Je kunt in de problemen raken: thuis, op school of in je vrije tijd. Niemand met ADHD gedraagt zich hetzelfde, maar de meesten zijn hyperactief en impulsief. Anderen vinden het vooral moeilijk hun aandacht op één ding te richten. ADHD is een aandachtsstoornis.

Tijdens de puberteit kan het voor anderen lijken alsof je minder hyperactief en impulsief bent, maar de onrust van binnen blijft. Misschien probeer je die onrustige gevoelens onder controle te krijgen door sterke prikkels van buitenaf op te zoeken? Bijvoorbeeld door naar harde muziek te luisteren, gewelddadige computerspelletjes te spelen en sport? Dat is nog niet zo erg. Maar misschien zoek je wel bewust gevaarlijke situaties op en ga je ongezond en veel alcohol en/of drugs gebruiken. Misschien word je wel agressief? Of gooi je er met de pet naar op school.

  1. Hoe voelt het?
  2. Welke soorten zijn er?
  3. Waar komt het door?
  4. Hoe vaak komt het voor?
  5. Wat is je diagnose?
  6. Hoe is de behandeling?
  7. Zijn er medicijnen voor?
  8. Heb je zelf ADHD?
  9. Ken je iemand met ADHD?
  10. Meer info en hulp

Hoe voelt het?
Iedereen met ADHD is anders. Maar vaak vind je het moeilijk om je te concentreren. Je laat je afleiden door alle dingen die om je heen gebeuren. Daarnaast kun je vergeetachtig zijn, spullen kwijtraken, niet genoeg aandacht voor details hebben, alles tegelijk willen doen en maak je onnodig veel fouten terwijl je heus wel weet hoe iets moet. Dingen die tegen je verteld worden, gaan het ene oor in, het andere uit. En je vindt het moeilijk om te organiseren en bijvoorbeeld je huiswerk te plannen.

Mensen met ADHD zijn ook vaak impulsief: ze doen dingen zonder er eerst over na te denken. Ze vinden het moeilijk om op hun beurt te wachten, flappen er zomaar dingen uit, geven antwoord voordat de vraag is afgemaakt, gaan vriendschappen en relaties aan maar verbreken ze ook weer. Vaak bemoeien ze zich met anderen en storen ze hen in hun bezigheden.

Vooral jonge mensen met ADHD zijn hyperactief. Ze kunnen niet stil zitten, staan telkens op, friemelen ergens aan of tikken met de voeten of vingers. Ze praten heel veel en vertellen verhalen die voor anderen niet altijd te volgen zijn. Iemand met ADHD is en blijft gespannen en kan moeilijk tot rust komen. Misschien herken je jezelf in wat hierboven staat, maar kan je je wel heel goed concentreren als je bijvoorbeeld aan het gamen bent. Dat kunnen anderen met ADHD ook als ze iets doen waar ze heel erg van houden of wat ze heel interessant vinden. Daardoor kunnen anderen denken dat het wel zal meevallen met die ADHD. Maar dat is niet zo.


Welke soorten ADHD zijn er?

ADD
Als je ADD hebt, dan heb je meestal veel moeite met je te concentreren en vind je het lastig om met één onderwerp tegelijk bezig te zijn of om onderscheid te maken tussen belangrijke en onbelangrijke prikkels. Je bent dan snel afgeleid en vergeetachtig. Meestal val je met ADD niet zo op in de klas. Je bent vaak erg stil, passief en teruggetrokken.

ADHD
Jongeren met ADHD zijn vaak erg druk en vertonen impulsief gedrag. Het lijkt wel alsof je nooit stil kunt zitten, je praat vaak veel en verstoort andermans gesprekken of bezigheden. Soms zit de drukte vooral in je hoofd.

Een combinatie van ADD en ADHD
Bij de meesten komt een combinatie van twee typen voor. Als je deze vorm ADHD hebt, dan is het moeilijk je te concentreren, je aandacht vast te houden en ben je vaak druk, bewegelijk en impulsief.


Waar komt het door?
De meeste psychische stoornissen zijn er al vanaf je geboorte. Ze zitten in je genen. Ze zijn in aanleg aanwezig. Je kunt het zien als een tv die op stand by staat. Pas als het knopje ‘aan’ wordt ingedrukt, gebeurt er iets. In dit geval in je lijf en in je hoofd. Dat knopje kan op verschillende momenten en op de meest uiteenlopende manieren worden ingedrukt. Als je wordt geboren met autisme of ADHD, dan zijn de symptomen vaak al in de kindertijd zichtbaar. ADHD en Autisme gaan ook niet over, dat heb je je hele leven. Door een goede begeleiding van de persoon met autisme of ADHD en ook de omgeving waarbij mensen wat mensen met autisme of ADHD nodig hebben om fijn te kunnen leven, kunnen de symptomen wel minder worden of minder heftig.

Andere stoornissen, zoals schizofrenie of borderline, gaan ‘aan’ als je wat ouder bent. Maar dat hoeft niet altijd. Bij sommigen blijft de stoornis hun hele leven op stand by staan. Als jij bijvoorbeeld een geweldige jeugd hebt, met superouders en andere mensen die je vertrouwt en bij wie je je veilig voelt, het gaat goed op school en er zijn genoeg leuke dingen die je doet, dan krijg je misschien geen last van die stoornis. Maar als je bijvoorbeeld veel nare dingen meemaakt in je jeugd óf je hebt een wat somberder karakter, dan kan het knopje worden ingedrukt. Maar dit is niet voor twee mensen hetzelfde. Ook al word je met aanleg voor dezelfde stoornis geboren, heb je precies dezelfde jeugd en hetzelfde karakter, dan nog kan het zijn dat die ander last van de stoornis krijgt en jij niet. Niemand weet precies hoe die stoornissen ontstaan. Daarom wordt er veel onderzoek naar gedaan. Het enige wat wel zeker is, is dat het gaat om een samenspel van biologische, sociale en psychologische factoren.

Misschien is er in je familie wel iemand die hetzelfde heeft (biologische factor). Het kan ook komen doordat je opgroeit in een omgeving met omstandigheden die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van ADHD (sociale factor). Bijvoorbeeld: als één of beide ouders ADHD heeft, dan heeft dit invloed op de opvoeding. Ouders met ADHD vinden het vaak moeilijk om bijvoorbeeld te plannen en te organiseren. Kinderen met ADHD hebben juist veel behoefte aan structuur. Als ouders dat niet genoeg kunnen geven, kunnen zij meer last krijgen van hun stoornis. Hetzelfde geldt voor school. Als daar niet genoeg orde heerst, maakt dit het nog moeilijker voor iemand met ADHD om z’n aandacht bij de les te houden en zich te concentreren.

En dan is er nog het deel dat zich in je eigen persoonlijkheid of karakter afspeelt (psychologische factor). Iemand met ADHD vindt het nóg prettiger dan anderen om duidelijk te horen of te merken als hij iets goed heeft gedaan. Omdat iemand met ADHD al heel vaak te horen krijgt wat er níet goed aan hem is (veel mensen vinden het lastig om een heel druk iemand in de buurt te hebben, in de klas of thuis in de huiskamer), is het juist zo fijn dat diegene merkt dat er ook iets goeds aan hem is. Door heel duidelijke beloningen te krijgen, kan iemand met ADHD ook beter aanleren wat er van hem verwacht wordt.


Hoe vaak komt het voor?
Geschat wordt dat ADHD bij 2 tot 8 % van de schoolgaande kinderen en jongeren voorkomt. Maar deskundigen denken dat deze stoornis bij veel kinderen, jongeren en volwassenen niet herkend wordt, vooral bij mensen met de wat minder opvallende ADD vorm is niet zoveel te merken.

De diagnose ADHD wordt bij jongens drie tot vier keer meer gesteld dan bij meisjes. Dit komt waarschijnlijk omdat jongens vaker de variant met hyperactiviteit en impulsiviteit hebben. En die is makkelijker te herkennen. Meisjes hebben vaker de dromerige variant (ADD).


Wat is je diagnose?
Om er precies achter te komen waar je gedrag en gevoelens mee te maken hebben, moet je onderzocht worden. Als je een bot breekt, is dat simpel: er wordt een röntgenfoto gemaakt, het bot wordt weer aan elkaar gezet, je krijgt er gips omheen en na een aantal weken is het genezen. Met psychische stoornissen is het vaak een stuk moeilijker om erachter te komen wat je precies hebt. Daarom kan de huisarts dat niet doen. Die moet je doorverwijzen naar een psychiater of psycholoog. Als je onder de zestien bent, moet je altijd samen met je ouders of iemand die officieel het gezag over je heeft (bijvoorbeeld een voogd). Zo staat het in de wet. Boven de achttien hoeft dat niet.

Wel is het goed te weten dat alle medici, en dus ook psychologen en psychiaters, een geheimhoudingsplicht hebben. Dit betekent dat ze alleen informatie over jou mogen geven aan de mensen die je behandelen. Alleen met jouw toestemming en als je onder de zestien bent met de goedkeuring van je ouders, mogen ze het aan anderen (bijvoorbeeld je docent of sportleraar) vertellen.

Alleen een psychiater of een speciaal daar voor opgeleide psycholoog mag een diagnose stellen over een psychiatrische stoornis. Die psychiater of psycholoog voert een aantal gesprekken met jou en vaak ook met belangrijke personen uit je omgeving zoals je ouders of leerkracht. Hij vraagt natuurlijk naar je klachten, maar wil ook weten hoe het op school en thuis gaat. Ook wil hij erachter komen hoe je omgaat met gebeurtenissen en of er iets is gebeurd waardoor je klachten zouden kunnen zijn ontstaan. Hij zal proberen te begrijpen op wat voor manier jij naar de wereld, de mensen om je heen en situaties kijkt en wat je sterke en zwakkere kanten zijn. Soms moet je ook een vragenlijst invullen. Die kan gaan over hoe je je voelt of wat je denkt, maar bijvoorbeeld ook over je eetgewoonten of waar je bang voor bent.

Daarnaast kan er ook iemand bij je op school of thuis komen kijken hoe het daar met je gaat en hoe je je gedraagt. En soms ga je ook praten met een fysiotherapeut, logopedist of dramatherapeut. Dit hangt allemaal af van waar je last van hebt of tegenaan loopt en welke vragen de psychiater of psycholoog nog heeft.

Alle informatie bij elkaar wordt gebruikt om te bepalen óf en welke stoornis je eventueel hebt. Daarvoor gebruiken psychiaters en psychologen een boek waarin per stoornis staat aan welke symptomen je moet voldoen om te kunnen zeggen dat je die stoornis hebt. Een symptoom is een klacht. Pas als je een bepaald aantal symptomen hebt, is er sprake van een stoornis. Dan kan je daarvoor behandeld worden.


Hoe is het te behandelen?
Als de psychiater of psycholoog vaststelt dat je ADHD hebt, kijkt hij samen met jou welke behandeling het beste bij je past en waar je het meest aan zult hebben. Soms is het ’t beste dat je één keer per week een uurtje met je behandelaar praat. Soms is het beter om meerdere keren te komen bij dezelfde of juist bij verschillende. En soms kan je een tijdje opgenomen worden. Dit gebeurt alleen als je een gevaar voor jezelf of je omgeving bent, bijvoorbeeld als je jezelf hebt uitgehongerd, verwond of dat je zó agressief bent dat je iemand zou kunnen verwonden. Alleen in dit soort situaties mag er zonder jouw toestemming en/of de toestemming van je ouders of verzorgers met een behandeling worden begonnen. Verder mag jij altijd een behandeling weigeren of stoppen. Wel is het zo dat de hulpverleners kunnen beslissen je niet meer te behandelen als je overal nee op zegt.

Als je toestemming hebt gegeven voor een behandeling, dan maken jullie afspraken die worden vastgelegd in een behandelcontract. Daarin staat precies geschreven wat jullie gaan doen, welke doelen je wilt gaan halen. Ook staat er wanneer jullie gaan kijken hoe het gaat met de behandeling en wat er eventueel anders moet.

Er zijn veel verschillende behandelvormen, vaak werkt een combinatie het beste. Je kunt individuele gesprekken hebben of in een groep met andere jongeren. Er is ook dramatherapie, dan ga je bijvoorbeeld via rollenspelen en gedichten schrijven proberen je angsten of sombere gevoelens te overwinnen of je impulsieve gedrag onder controle te krijgen. Bij een sociale vaardigheidstraining leer je hoe je zonder problemen of spanningen om kan gaan met andere mensen. Er zit vast iets tussen wat jou wat lijkt en bij jou en je problemen past!

Het belangrijkste doel van de behandeling is natuurlijk dat je klachten minder worden.

Omdat je moeite zult hebben met plannen en structuur aanbrengen in je dagelijks leven, ga je hierin oefenen. Je leert ook hoe je eerst kunt denken en dan pas doen. Zo krijg je je impulsiviteit onder controle. Dit wil niet zeggen dat die onrustgevoelens helemaal verdwijnen, maar wel dat je er beter mee om kan gaan. Je krijgt tips en tricks om op een zo plezierig mogelijke manier je dingen te blijven doen.

Ook je ouders en/of school kunnen hulp aangeboden krijgen. Zij krijgen bijvoorbeeld uitleg over jouw stoornis waardoor ze je beter zullen begrijpen en ze krijgen tips hoe zij jou kunnen helpen orde en regelmaat in je leven te brengen. En ze worden zelf ook niet vergeten. De meeste ouders hebben veel voor hun kinderen over en willen ze graag helpen. Maar zorgen voor iemand met een stoornis kan erg ingewikkeld zijn en veel van ouders vragen. En het is natuurlijk niet de bedoeling dat je ouders hierdoor instorten. Dit kan voorkomen worden als ze meer van jouw problemen begrijpen. Als ouders het gevoel hebben dat zij weten hoe zij hun kind kunnen begeleiden voelen zij zich sterker. Daarnaast leren zij hoe zij ook voor zich zelf en je eventuele broers en zussen kunnen blijven zorgen.


Zijn er medicijnen voor?
Je kunt medicijnen voorgeschreven krijgen om de belangrijkste symptomen van ADHD wat af te zwakken. Je wordt wat rustiger en daardoor kan je je bijvoorbeeld beter concentreren. Zo gaat het op school of op je werk meteen beter omdat je je aandacht er beter bij kan houden. Ook zul je merken dat je beter met andere mensen overweg kunt: je sociale contacten verlopen beter. Het is wel nodig dat je de medicijnen blijft nemen. Als je ermee stopt, dan komen de ADHD-symptomen weer net zo hard terug. Medicijnen kunnen ADHD dus niet genezen, maar ze voorkomen dat je er zoveel last van hebt dat je bijvoorbeeld minder goede cijfers haalt op school of vrienden kwijtraakt. Dat zou je ontwikkeling in de weg staan. Het is heel belangrijk dat je samen met je behandelende psychiater kijkt welke medicijnen het beste bij je passen en wat de effecten zijn.


Heb je zelf ADHD?

  • Neem je eigen gevoelens en klachten serieus. Praat er met iemand over. Dit kan iemand zijn uit je directe omgeving zoals je ouders, broer of zus of een goede vriendin. En ook bijvoorbeeld je mentor of vertrouwenspersoon op school of van je werk.
  • Mocht je kenmerken van ADHD bij jezelf herkennen dan raden wij je dringend aan om hierover te praten met je huisarts. De huisarts kan samen met jou kijken of je zorgen terecht zijn.
  • Wacht niet met hulp zoeken! Of het nu is bij een vertrouwd iemand uit je eigen omgeving of bij professionele hulp. Schaam je niet om professionele hulp te zoeken, het is juist een kracht!
  • Spreek met je ouders af dat er in het gezin een duidelijke dagindeling is met vaste regels en vaste plaatsen voor dingen in huis.
  • Vraag thuis en op school om eenvoudige, korte opdrachten en regels.
  • Zoek meer informatie over ADHD, in de bibliotheek, boekhandel of op internet.
  • Zoek hulp als je veel last hebt van je eigen drukke, impulsieve gedrag of als je extreem veel moeite hebt je te concentreren.
  • Vraag op school om een plek waar zo min mogelijk afleiding is. Misschien mag je proefwerken maken in een leeg lokaal of mag je tijdens het werken in de klas een koptelefoon op zodat je niet wordt afgeleid door de geluiden van je klasgenoten.

Ken jij iemand met ADHD?

  • Zorg voor een duidelijke dagindeling, vaste regels en vaste plaatsen voor dingen in huis.
  • Geef eenvoudige, korte opdrachten en regels.
  • Als diegene ergens helemaal in opgaat, zoals een spannend computerspel, denk dan niet ‘hij kan zich dus best concentreren, als hij maar wil…’. Dat is niet waar. Jongeren met ADHD kunnen zich goed concentreren op zaken die hun interesse hebben.
  • Bespreek met ouders of leerkrachten samen welke benadering van diegene het beste werkt.
  • Zorg ervoor niet in een negatieve spiraal terecht te komen. Zie niet alleen het lastige gedrag van je kind, leerling of vriend of vriendin. Verlies de leuke kanten van diegene niet uit het oog. Iemand met ADHD kan spontaan en energiek zijn, creatief en doortastend. Ze lopen snel warm voor idealen. Help diegene deze leuke kanten te ontwikkelen.
  • Geef complimenten voor goed gedrag en stimuleer leuke eigenschappen.
  • Zoek meer informatie over ADHD, in de bibliotheek, boekhandel of op internet.
  • Als je merkt dat de persoon met ADHD last heeft van zijn stoornis of als je hier als ouder of leerkracht zelf last van hebt, zoek dan hulp.
  • Zoek zelf steun.

Meer informatie en hulp

organisaties

Balans is de landelijke organisatie van ouders van kinderen met leer-, opvoedings- en gedragsstoornissen. Balans heeft ook een uitgebreide website met informatie  en een telefonische hulpdienst (0900-2020065).

Websites

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *