Enthousiast aan een nieuwe hobby beginnen of je vol overgave in de liefde storten. Maar na een paar maanden blijkt de hobby helemaal niks en is de verkering bij nader inzien een grote vergissing. Dit is typisch iets voor mensen met borderline: een persoonlijkheidsstoornis. Mensen met borderline lopen steeds opnieuw vast in hun leven. Mislukkingen en heftige conflicten zijn eerder regel dan uitzondering. Ze hebben vaak hoge schulden, relatieproblemen, conflicten, eet- of verslavingsproblemen of zijn crimineel. Het is vaak moeilijk om erachter te komen of iemand borderline heeft. Er zijn grote verschillen tussen mensen met borderline én je ziet niet aan de buitenkant hoe diegene zich van binnen voelt.
Ben je het ene moment opgewonden en enthousiast en het andere moment somber en bang? Kan je woedend worden door een onschuldige opmerking en vlak daarna met diegene omgaan alsof er niks gebeurd is? Iemand met borderline weet niet wat hij wil, voelt of vindt. Hij heeft meestal weinig zelfvertrouwen, denkt negatief over zichzelf en is overgevoelig voor kritiek. Iemand met borderline kan regelmatig overspoeld worden door heel heftige emoties waar hij niets mee kan. Om wanhopig van te worden!
Als je borderline hebt, vind je iemand goed of slecht en iets is mooi of lelijk. Een tussenweg is er voor jou niet. Ben je impulsief en geef je bijvoorbeeld veel geld uit terwijl je dat eigenlijk niet hebt? Wissel je ineens van school of bijbaan? Drink je te veel of gebruik je veel drugs? Heb je snel wisselende seksuele contacten? Dat kan allemaal onderdeel zijn van borderline. Soms raken borderliners in de war. Ze worden achterdochtig of horen stemmen. Dit kan een paar uur duren, maar ook een paar dagen.
Je legt vaak makkelijk contacten, maar vindt het tegelijkertijd eng om relaties aan te gaan. Je bent extreem bang om in steek gelaten te worden. Daarom stel je mensen in je omgeving voortdurend op de proef. Eigenlijk ben je de hele tijd bezig om te testen of en wanneer iemand jou in de steek laat. Je kunt niet goed tegen alleen zijn, maar kan je in gezelschap erg eenzaam voelen.
Als je borderline hebt, denk je veel over zelfdoding en probeer je er soms zelf een eind aan te maken. Verder verwonden veel mensen met borderline zichzelf. Ze krassen met scherpe voorwerpen in hun vel of drukken een sigaret op de arm uit. Omdat borderliners vaak een leeg gevoel hebben, is dit voor hen een manier om toch wat te voelen.
De meeste psychische stoornissen zijn er al vanaf je geboorte. Ze zitten in je genen. Ze zijn in aanleg aanwezig. Je kunt het zien als een tv die op stand by staat. Pas als het knopje ‘aan’ wordt ingedrukt, gebeurt er iets. In dit geval in je lijf en in je hoofd. Dat knopje kan op verschillende momenten en op de meest uiteenlopende manieren worden ingedrukt. Als je wordt geboren met autisme of ADHD, dan zijn de symptomen meteen al te merken. Andere stoornissen, zoals schizofrenie of borderline, gaan ‘aan’ als je wat ouder bent. Maar dat hoeft niet altijd. Bij sommigen blijft de stoornis hun hele leven op stand by staan. Als jij bijvoorbeeld een geweldige jeugd hebt, met superouders en andere mensen die je vertrouwt en bij wie je je veilig voelt, het gaat goed op school en er zijn genoeg leuke dingen die je doet, dan krijg je misschien geen last van die stoornis. Maar als je bijvoorbeeld veel nare dingen meemaakt in je jeugd óf je hebt een wat somberder karakter, dan kan het knopje worden ingedrukt. Maar dit is niet voor twee mensen hetzelfde. Ook al word je met aanleg voor dezelfde stoornis geboren, heb je precies dezelfde jeugd en hetzelfde karakter, dan nog kan het zijn dat die ander last van de stoornis krijgt en jij niet.
Niemand weet precies hoe die stoornissen ontstaan. Daarom wordt er veel onderzoek naar gedaan. Het enige wat wel zeker is, is dat het gaat om een samenspel van biologische, sociale en psychologische factoren. Misschien is er in je familie wel iemand die hetzelfde heeft (biologische factor). Het kan ook komen doordat je opgroeit in een omgeving met omstandigheden die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van borderline (sociale factor), je ouders scheiden of er overlijdt iemand waar je veel van houdt. En dan is er nog het deel dat zich in je eigen persoonlijkheid of karakter afspeelt (psychologische factor). Er zijn ook factoren die ervoor kunnen zorgen dat het knopje niet aan gaat. Bijvoorbeeld dat je mensen in je buurt hebt waar je terecht kan en bij wie je je veilig voelt.
In Nederland is van zo’n 200.000 mensen bekend dat ze borderline hebben. Maar het zijn er waarschijnlijk meer. Borderline wordt vaak niet herkend door hulpverleners. De diagnose wordt vaker bij vrouwen dan bij mannen gesteld. Waarschijnlijk komt dat doordat mannen met borderline eerder met de politie of de verslavingszorg in contact komen, omdat zij zich door de stoornis agressief of gewelddadig gedragen en vaker verslaafd raken. Vrouwen komen eerder bij de psychiatrische hulpverlening terecht doordat zij als gevolg van de borderline bijvoorbeeld forse eetproblemen ontwikkelen of zichzelf verwonden.
Om er precies achter te komen waar je gedrag en gevoelens mee te maken hebben, moet je onderzocht worden. Als je een bot breekt, is dat simpel: er wordt een röntgenfoto gemaakt, het bot wordt weer aan elkaar gezet, je krijgt er gips omheen en na een aantal weken is het genezen. Met psychische stoornissen is het vaak een stuk moeilijker om erachter te komen wat je precies hebt. Mensen met borderline kunnen bijvoorbeeld heel sociaal overkomen omdat ze zo gemakkelijk contact leggen. Ook kunnen ze heel succesvol zijn. Ze verbergen hun angsten voor de buitenwereld. Borderline gaat daarnaast vaak samen met andere psychische problemen zoals depressie of eetstoornissen. Daar komt bij dat de ene persoon met borderline erg expressief en impulsief is, de ander juist extreem introvert en depressief.
Een huisarts kan niet bepalen of je borderline hebt. Die moet je doorverwijzen naar een psychiater of psycholoog. Als je onder de zestien bent, moet je altijd samen met je ouders of iemand die officieel het gezag over je heeft (bijvoorbeeld een voogd). Zo staat het in de wet. Boven de achttien hoeft dat niet.
Wel is het goed te weten dat alle medici, en dus ook psychologen en psychiaters, een geheimhoudingsplicht hebben. Dit betekent dat ze alleen informatie over jou mogen geven aan de mensen die je behandelen. Alleen met jouw toestemming en als je onder de zestien bent met de goedkeuring van je ouders, mogen ze het aan anderen (bijvoorbeeld je docent of sportleraar) vertellen.
Alleen een psychiater of een psycholoog mag een diagnose stellen over een psychiatrische stoornis. Die psychiater of psycholoog voert een aantal gesprekken met jou en vaak ook met belangrijke personen uit je omgeving zoals je ouders of leerkracht. Hij vraagt natuurlijk naar je klachten, maar wil ook weten hoe het op school en thuis gaat. Ook wil hij erachter komen hoe je omgaat met gebeurtenissen en of er iets is gebeurd waardoor je klachten zouden kunnen zijn ontstaan. Hij zal proberen te begrijpen op wat voor manier jij naar de wereld, de mensen om je heen en situaties kijkt en wat je sterke en zwakkere kanten zijn. Soms moet je ook een vragenlijst invullen. Die kan gaan over hoe je je voelt of wat je denkt, maar bijvoorbeeld ook over je eetgewoonten of waar je bang voor bent.
Daarnaast kan er ook iemand bij je op school of thuis komen kijken hoe het daar met je gaat en hoe je je gedraagt. En soms ga je ook praten met een fysiotherapeut, logopedist of dramatherapeut. Dit hangt allemaal af van waar je last van hebt of tegenaan loopt en welke vragen de psychiater of psycholoog nog heeft.
Alle informatie bij elkaar wordt gebruikt om te bepalen óf en welke stoornis je eventueel hebt. Daarvoor gebruiken psychiaters en psychologen een boek waarin per stoornis staat aan welke symptomen je moet voldoen om te kunnen zeggen dat je die stoornis hebt. Een symptoom is een klacht. Pas als je een bepaald aantal symptomen hebt, is er sprake van een stoornis. Dan kan je daarvoor behandeld worden.
Als de psychiater of psycholoog vaststelt dat je borderline hebt, kijkt hij samen met jou welke behandeling het beste bij je past en waar je het meest aan zult hebben. Soms is het ’t beste dat je één keer per week een uurtje met je behandelaar praat. Soms is het beter om meerdere keren te komen bij dezelfde behandelaar of juist bij verschillende. En soms kan je een tijdje opgenomen worden. Dit gebeurt alleen als je een gevaar voor jezelf of je omgeving bent, bijvoorbeeld als je jezelf hebt uitgehongerd, verwond of dat je zó agressief bent dat je iemand zou kunnen verwonden. Alleen in dit soort situaties mag er zonder jouw toestemming en/of de toestemming van je ouders of verzorgers met een behandeling worden begonnen. Verder mag jij altijd een behandeling weigeren of stoppen. Wel is het zo dat de hulpverleners kunnen beslissen je niet meer te behandelen als je overal nee op zegt.
Als je tussen de twaalf en zestien jaar bent, moeten zowel jij als je ouders toestemming geven voor de behandeling. Boven de zestien geef alleen jij toestemming voor de behandeling.
Als de toestemming voor de behandeling er is, dan maken jullie afspraken die worden vastgelegd in een behandelcontract. Daarin staat precies geschreven wat jullie gaan doen, welke doelen je wilt gaan halen. Ook staat er wanneer jullie gaan kijken hoe het gaat met de behandeling en wat er eventueel anders moet.
Er zijn veel verschillende behandelvormen, vaak werkt een combinatie van verschillende behandelvormen het beste. Je kunt individuele gesprekken hebben of in een groep met andere jongeren. Er is ook dramatherapie, dan ga je bijvoorbeeld via rollenspelen en gedichten schrijven proberen je angsten of sombere gevoelens te overwinnen of je impulsieve gedrag onder controle te krijgen. Bij een sociale vaardigheidstraining leer je hoe je zonder problemen of spanningen om kan gaan met andere mensen. Er zit vast iets tussen wat jou wat lijkt en bij jou en je problemen past!
Het belangrijkste doel van de behandeling is natuurlijk dat je klachten minder worden. Daarnaast ga je allerlei vaardigheden oefenen die belangrijk zijn voor je ontwikkeling en geestelijke gezondheid. Als dat nodig is, leer je bijvoorbeeld hoe je positiever kan gaan denken (over jezelf) of op een prettige manier contact kunt maken of hebben met anderen. Als jouw stoornis iets is waar je de rest van je leven mee te maken zult hebben, dan leer je hoe je hier het beste mee om kunt gaan in je dagelijks leven, op school, thuis en met je vrienden. Je krijgt tips en tricks om toch op een zo plezierig mogelijke manier je dingen te blijven doen.
Ook je ouders en/of school kunnen hulp aangeboden krijgen. Zij krijgen bijvoorbeeld uitleg over jouw stoornis waardoor ze je beter zullen begrijpen. Ook krijgen ze tips hoe zij jou kunnen helpen je weer prettiger in je vel te laten voelen. En ze worden zelf ook niet vergeten. De meeste ouders hebben veel voor hun kinderen over en willen ze graag helpen. Maar zorgen voor iemand met een stoornis kan erg ingewikkeld zijn en veel van ouders vragen. En het is natuurlijk niet de bedoeling dat je ouders hierdoor instorten. Dit kan voorkomen worden als ze meer van jouw problemen begrijpen. Als ouders het gevoel hebben dat zij weten hoe zij hun kind kunnen begeleiden voelen zij zich sterker. Daarnaast leren zij hoe zij ook voor zich zelf en je eventuele broers en zussen kunnen blijven zorgen.
Er bestaat geen geneesmiddel dat borderline kan genezen. Wel zijn er medicijnen die de symptomen kunnen verminderen. Medicatie wordt vrijwel altijd gegeven in combinatie met therapie. Het toedienen van medicijnen moet worden gezien als een middel om de persoon met borderline te ondersteunen tijdens de therapeutische behandeling. Medicijnen die veel gebruikt worden zijn antipsychotica en antidepressiva. Antipsychotica helpen bij stemmingswisselingen, impulsiviteit, agressie en boosheid en bij psychotische symptomen. Antidepressiva helpen ook om de stemming te verbeteren. Daarnaast kunnen antidepressiva ook helpen bij impulsiviteit, zelfverwondend gedrag, psychotische symptomen en woedeaanvallen. Het is heel belangrijk om altijd met een arts te overleggen welk medicijn het beste past bij jouw klachten en om samen met de arts eventuele bijwerkingen in de gaten te houden.
Organisaties:
Meer lezen:
Reacties
Woon je in Amsterdam en omgeving, dan zou je kunnen kijken of de cursus Omgaan met borderline iets is. Je vindt er informatie over door te klikken op http://www.puntp.nl/preventie/ons-aanbod/cursussen/omgaan-met-borderline. Deze cursus wordt georganiseerd door PuntP in Amsterdam.
Ook bij Prezens in Amsterdam kun je een dergelijke cursus volgen, zie http://www.prezens.nl/zelf/Overzicht/mantelzorg/cursusbeschrijving/omgaan_borderline/.
We wensen je heel veel succes!
Dus dit is hele oude informatie dat het niet te genezen is. Want dat is het wel!
Groetjes